Na de Tweede Wereldoorlog was er een grote belangstelling voor KAUWGOM, naar hier gebracht door de Canadese soldaten. H.F.J. Mentink toog naar Denemarken en werd de importeur van DANDY CHEWING uit Denemarken (de latere producent van STIMOROL).
In die periode werd KAUWGOM in ‘wrappers' verpakt (stukjes platte kauwgom) en per 5 witte (en later ook gekleurde) dragees in wikkels. DANDY was herkenbaar aan de blauw/rode verpakking, met een ventje dat een petje droeg.
In deze periode waren vergunningen om te importeren noodzakelijk.
Vergunningen werden eerder en sneller verstrekt voor ‘dagelijkse' producten en niet voor ‘fancy' artikelen, zoals KAUWGOM. Daarom startten De Jong en Mentink hun merk MONTY.
De naam is een eerbetoon aan veldmaarschalk MONTGOMERY.
Op de winkels staat een direct herkenbare MONTY (de koosnaam die men deze militaire strateeg gaf): baret schuin op het hoofd en daaronder de karaktervolle snor en ietwat spitse neus.
Tot en met begin jaren vijftig importeerde MONTY DANDY en produceerde onder eigen merk.
Met het opkomen van merken (‘brands') en het ontwikkelen van een eigen strategie voor marketing en sales door DANDY (Dansk Chewing Gum Manufacturers), besloot MONTY het importeurschap terug te geven.
Dat alles in uitstekende harmonie. In Billund (waar de fabrieken van DANDY gevestigd zijn) werd jaren later nog heel positief over de samenwerking en de wijze waarop die werd beëindigd gesproken.
MONTY was dus onderdeel van KONINKLIJKE SANDERS. SANDERS produceerde (en nog steeds) cosmetica-producten.
De combinatie COSMETICA en KAUWGOM vond MENTINK in de jaren zestig een steeds ongelukkiger combinatie. Mede door de groeiende belangstelling en omzetten in cosmetica werd besloten juridisch uiteen te gaan. In die periode werden NV's omgezet in BV's.
In 1967 kwam C.H.M. Mentink bij MONTY. Met als opdracht MONTY te Internationaliseren. Tot dan toe had MONTY zich vooral gericht op NEDERLAND en GROOT-BRITTANIË.
In Nederland concentreerde MONTY zich op kauwgom met plaatjes, foto's op briefkaartformaat en zelfs posters. Verder bracht MONTY veel met zoetwaren gevulde plasticspeelgoed en flesjes en zakjes met SALMIAK.
Zeer succesvol was MONTY in GROOT-BRITTANIË met series THE THUNDERBIRDS. Deze werden – 2p publiek - verkocht via SOMPORTEX Ltd. in Londen.
In Nederland waren rages met plaatjes van FILMSTERREN, briefkaarten met afbeeldingen van radio-sterren, DORIS DAY, ROMY SCHNEIDER.
MONTY mag zich de ontdekker van DICK BRUIJNESTEIJN noemen. H.F.J. is daar altijd heel bescheiden over geweest.
Toen H.F.J. zijn 70 ste verjaardag vierde, werd hem ene mooi feest aangeboden (hoewel hij daar bepaald geen liefhebber van was). Toen BRUIJNSTEIJN dit hoorde, zei hij: “Ik kom, hoe dan ook. Zonder ‘meneer Mentink' zou mijn loopbaan niet zijn gelopen als nu.”
BRUIJNESTEIJN maakte de beroemde cartoons van sportmensen, inhet bijzonder van voetballers.
BRUIJNESTEIJN trad jarenlang op met een ‘show' van 20 minuten tot een half uur, waarbij hij DE GROTEN DER AARDE tekende. Daarbij altijd uitkomend – als apotheose – bij de persoon waarvoor hij was gevraagd.
C.H.M. stortte zich op de export. Een onontgonnen gebied.
MONTY exposeerde op alle grote zoetwarenbeurzen in Europa en de VS. Werd (niet altijd) succesvol door de aankoop van licenties, zoals FABELTJESKRANT en FLORIS (voor Nederland en België), Captain Scarlet en UFO (voor heel Europa) en met eigen ontwerpen (waarvoor dan geen licenties gekocht en betaald hoefden te worden).
Een eigen SMILE-serie (stickers), fluor-stickers, tattoos, Horror-stickers, konden in de ‘hele wereld' worden aangeboden.
Er werden speciale producten voor het Midden-Oosten gemaakt. Series als KOJAK, SIX MILLION DOLLAR MAN en later A-TEAM, KNIGHTRIDER, PINK PANTHER, GREASE, ABBA werden échte hits.
Evenals de plastic figuurtjes van KUIFJE, LUCKY LUKE, THE FLINTSTONES en TARZAN (een zakje met een plastic figuurtje en kauwgom, soms ook een plaatje, bij TARZAN plaatjes van dieren, niet van TARZAN, daar hadden wij niet de rechten voor verworven).
Ook STARTREK liep goed.
In tegenstelling tot licenties als: 007, THE PERSUADERS, HE-MAN & The Masters of the Universe, en eigen-ontwikkelde series gericht op meisjes. Dat werden enorme flops.
De plaatjes werden ‘weggewerkt' in VERRASSINGSZAKJES.
Van sommige ‘proporties' kochten wij een dubbele licentie: plaatjes of stickers – die wij met een albumpje mochten aanbieden en postermagazines.
Nu konden wij in verschillende verkoopkanalen het product aanbieden:
Kauwgom en plaatjes/stickers via de supermarkt/sigarenwinkels e.d., en
De hele serie plaatjes/stickers + album als één geheel via de tijdschriftenhandel.
De postermagazines kwamen ‘gewoon' los in de tijdschriftenwinkels.
In de loop van de jaren tachtig werd internationaal de regelgeving op voedingsproducten (kauwgom werd daar onder gerekend) aangescherpt.
Als kleine speler, die de kauwgom niet meer zelf produceerde, maar aankocht, werd het allengs moeilijker te concurreren met de ‘groten'.
MONTY had geen budgetten voor marketing.
Een ander probleem: de oplopende voorschotten voor licenties en hogere af te dragen percentages van verkopen, waarbij geen exclusiviteit werd gegeven. De licentiehouder kon het product dus ook elders zelfs meerdere malen verkopen.
Door de kleine organisatie die MONTY was en het grote productie-apparaat (thuiswerkorganisatie) bleef MONTY wendbaar en kon sneller dan de ‘groten' inspelen op ontwikkelingen.
In het Midden-Oosten werd 70 procent van de omzet gerealiseerd.
Toen de oorlog IRAK/KUWAIT uitbrak (90/91) en de ontust in LIBANON, SYRIË en ISRAËL aanhield, bleek dat de ‘doodsteek' voor MONTY in dit gebied. Er werd gewoon niet meer gekocht. Dat gold niet alleen voor MONTY, maar iedereen actief in deze markten, kreeg hiermee te maken.
Voor MONTY, waarvan C.H.M. Mentink in 1984 de eigenaar was geworden, reden om langzaam (maar zeker) naar de finale te gaan.
Alle voorraden werden weggefilterd en alleen nog opdrachten voor derden uitgevoerd. |